De ClimaRad unit meet continu de CO₂-concentratie in de ruimte. Wanneer de gemeten waarde stijgt richting het ingestelde setpoint, verhoogt de unit automatisch het ventilatiedebiet.
Daalt de CO₂-waarde weer tot onder het setpoint, dan blijft de ventilatie nog gedurende een bepaalde tijd actief om de luchtkwaliteit te waarborgen. Daarna schakelt het systeem automatisch terug naar de automatische bedrijfsstand.

De grafiek hierboven toont een voorbeeld waarbij het CO₂-setpoint is ingesteld op 1000 ppm en de offset -200 ppm is.
De gemeten CO₂-waarde stijgt boven het setpoint, waardoor de ventilator eerst op een vaste snelheid begint te draaien. Op het moment dat het CO₂-niveau boven de 1000 ppm komt, wordt de ventilatorsnelheid PI-geregeld. Wanneer de CO₂ onder de 1000 ppm daalt, wordt de minimale inschakeltijd opnieuw ingesteld, waardoor de ventilatoren nog 1 uur op vaste snelheid blijven draaien.